Tot staan gebracht Tot staan gebracht
Dit gedicht ontving  ik van iemand die ik ken en die in dit gedicht zijn eigen ziek zijn heeft verbonden met de Corona crisis en de boodschap van Pasen.         
Anne Verbaan


Het begint klein,
in een cel van je lijf,
op een markt in Wuhan,
in een stal in Bethlehem.
Maak je geen zorgen.
Het stelt niets voor.
Leef gewoon door.
Tot … dat bericht,
die waarschuwing.
Onheil gespeld.
Ineens … niets vanzelfsprekend.
Wereld in een ander licht.
Alsof je wakker wordt in schemerland.
Stilstand.
Je valt.
Waar val je op terug?
Wat ligt er op de bodem van de beker,
die niet aan je voorbijgaat,
die moet worden leeggedronken?
Uit de diepte klinkt een lied,
een psalm:
Hij die op Gods bescherming wacht. Gebed,
gezongen in de nacht.
Teken, onverwacht,
van de overzij,
plotsklaps dichtbij:
Vrees niet.
Woorden in de mond gelegd:
Vertrouw op Mij.
Vrede geschonken,
die alle verstand te boven gaat.

 
Het wordt gedeeld,
in de cel van je gezin,
met ouders, broers en zussen,
vrienden en bekenden.
Het nieuws gaat zich delen
en verspreidt zich razendsnel.
En de ziekte?
Die moet tot staan gebracht,
in de kiem gesmoord.
Er zijn artsen,
er is zorg.
Er wordt in werking gezet,
gevoeld en doorgetast,
geprikt, gescand, gesneden.
Gewacht, gebeden.
Wat wordt het nieuws?
Wat zijn de kansen,
de prognoses?
Goddank!
Er kan behandeld worden.
Gevraagd: volharding,
overgave.
Doodstil liggen
als je wordt geschoren
als een ooi,
als een lam.
Salvo´s van straling,
dag aan dag.
En dan …
is het klaar.
Is het Pasen.
Onwennig sta je in het vroege licht
van de eerste zonnestralen.
Ga je gewoon,
maar anders verder.
Word je opnieuw geboren.
 
Egbert Gerritsen
terug