Gemeenteavond over besluitvorming aangaan federatie

Gemeenteavond over besluitvorming aangaan federatie
Federatieovereenkomst
 

Protestantse Gemeente in wording te Bennekom

 

 

1. BESLUIT TOT FEDERATIE

 
De Algemene Kerkenraad van de Hervormde Gemeente te Bennekom en de Grote Kerkenraad van de Gereformeerde Kerk te Bennekom besluiten tot het aangaan van nauwe samenwerking (federatie) als bedoeld in ordinantie 2-11-6.
 
 
Artikel 1.
De naam van het samenwerkingsverband is:

 
  • De Protestantse Gemeente in wording te Bennekom
 
Indien het samenwerkingsverband officieel aangeduid moet worden wordt aan de naam toegevoegd: 
 
‘ … waarin samenwerken de Hervormde Gemeente te Bennekom en de Gereformeerde Kerk te Bennekom’
 
 
Artikel 2. 
De op 11 december 2013 ondertekende intentieverklaring[1] om te komen tot een Vereniging van de Hervormde Gemeente en de Gereformeerde Kerk te Bennekom blijft onverkort van kracht.
 
Artikel 3.
De federatie van de gemeenten omvat de terreinen van het leven en werken van de gemeenten die in de bij deze overeenkomst behorende federatieregeling zijn omschreven.
 
 
Artikel 4. De Algemene Kerkenraad en de Grote Kerkenraad hebben een gezamenlijke regeling getroffen voor
 
  Ja / Nee
1a. de samenstelling Ja
1b. de werkwijze van de kerkenraden Ja
2. de verzorging van de vermogensrechtelijke aangelegenheden. Nee
 
Deze regelingen zijn vervat in de bijgevoegde ‘federatieregeling ten behoeve van het leven en werken van de Protestantse Gemeente in wording te Bennekom.
 
 
Artikel 5.
De kerkenraden hebben een federatieraad ingesteld, die werkt volgens het model “afzonderlijke kerkenraden”.
 
 

Artikel 6.
De federatieovereenkomst is aangegaan voor bepaalde tijd en wel tot de datum van Vereniging dan wel tot 1 juni 2022 met mogelijkheid van verlenging.

 

 

Artikel 7.
Bij beëindiging van de federatieovereenkomst (anders dan door overgang naar een volledig samengaan) worden de gemeenschappelijke bezittingen, financiële vorderingen en financiële verplichtingen die voortvloeien uit de federatie, in gelijke verhouding over de Hervormde Gemeente en de Gereformeerde Kerk verdeeld.

 

 

 

Deze federatieovereenkomst is vastgesteld in de vergadering van de voornoemde kerkenraden,

 

Algemene Kerkenraad van de Hervormde Gemeente te Bennekom op …

 
Grote Kerkenraad van de Gereformeerde Kerk te Bennekom op …

 

 

en is vanaf 15 mei 2016 geldig.

 

Een afschrift is ter kennisneming gezonden aan het breed moderamen van de classicale vergadering Ede.

 

 

 
Federatieregeling ten behoeve van het leven en werken van de
 
Protestantse Gemeente in wording te Bennekom.
 
Bij deze federatieregeling hoort een toelichting.
 
Inhoud
 
Paragraaf Inhoud
1 Terreinen waarop nauw wordt samengewerkt
2 Samenstelling van de federatieraad
3 De werkwijze van de federatieraad
4 Besluitvorming
5.1 De vermogensrechtelijke aangelegenheden – kerkrentmeesterlijk
5.2 De vermogensrechtelijke aangelegenheden – diaconaal
5.3 De vermogensrechtelijke aangelegenheden – collecterooster
5.4 De vermogensrechtelijke aangelegenheden bij beëindiging van de federatie
6 Vaststelling en wijziging van de plaatselijke regeling
  Ondertekening
 
 
Vaststelling
Deze federatieregeling is vastgesteld door de Algemene Kerkenraad van de Hervormde Gemeente op … en de Grote Kerkenraad van de Gereformeerde Kerk op … en is vanaf 15 mei 2016 geldig.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

§ 1 Terreinen waarop nauw wordt samengewerkt
 
Ordinantietekst (uniform)
Ord. 4, art. 7  Arbeidsveld
1. De kerkenraad heeft tot taak:
  • de zorg voor de dienst van Woord en sacramenten;
  • het leiding geven aan de opbouw van de gemeente in de wereld;
  • de zorg voor de missionaire, diaconale en pastorale arbeid en de geestelijke vorming;
  • het vaststellen van het beleidsplan ter zake van het leven en werken van de gemeente;
  • het opzicht over de leden van de gemeente voor zover hem dat door de orde van de kerk is opgedragen;
  • de zorg voor de vermogensrechtelijke aangelegenheden van de gemeente;
  • het bevorderen ter plaatse van de gemeenschap van de kerken;
  • het bespreken van zaken die door de classicale vergadering worden of zijn behandeld;
  • het vaststellen van regelingen ten behoeve van het leven en werken van de gemeente;
  • het verrichten van alles wat verder naar de orde van de kerk van hem wordt gevraagd.
2 …
 
Artikelen federatieregeling
 
Op de navolgende terreinen wordt nauw samengewerkt.
 
1.1. Gezamenlijk kerkblad.
 
1.2. Jeugdwerk, met uitzondering van het jeugdwerk van wijkgemeente 1.
 
1.3. Diaconie, als volgt:
  • Beleidsmatig en uitvoerend.
  • Gezamenlijk diaconaal collecterooster, waarbij voor 13 zondagen per jaar de invulling wordt bepaald door de afzonderlijke colleges van diakenen, op voorstel van de (wijk)kerkenraden.
  • Geen gemeenschappelijk beheer van de vermogensrechtelijke aangelegenheden.
  • Ten aanzien van het collecterooster en identiteitsgevoelige onderwerpen heeft de kerkenraad van de wijkgemeente 1 de bevoegdheid om van het gezamenlijke rooster respectievelijk beleid af te wijken na overleg in de federatieraad.
 
1.4. Gemeenschappelijke erediensten
Er zijn zowel gemeenschappelijke als afzonderlijke kerkdiensten. In een bijlage bij deze regeling wordt aangeven welke regeling hiervoor getroffen is. De bepaling in de plaatselijke regeling van de Hervormde Gemeente m.b.t. de kerkdiensten van wijkgemeente 1 blijft hierbij van kracht.
Overgangsbepaling
De regeling gemeenschappelijke kerkdiensten gaat uiterlijk op 1 januari 2017 in. In deze regeling wordt tevens vastgesteld wanneer de roosters ingaan.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
§ 2. Samenstelling van de federatieraad
 
Ordinantietekst (uniform)
Ord. 4, art. 6
1. Elke gemeente heeft een kerkenraad.
2. De kerkenraad wordt gevormd door de ambtsdragers van de gemeente.
3. Met het oog op de vervulling van de door de kerkenraad te verrichten taken stelt de kerkenraad het aantal ambtsdragers vast met dien verstande dat in de kerkenraad alle ambten aanwezig zijn en wel naast de predikant ten minste twee ouderlingen die niet tevens kerkrentmeester zijn, twee ouderlingen-kerkrentmeester en drie diakenen.
3a. In afwijking van lid 3 hebben in de wijkkerkenraad naast de predikant ten minste twee ouderlingen die niet tevens kerkrentmeester zijn, een ouderling-kerkrentmeester en twee diakenen zitting.
4. In een gemeente met minder dan 300 leden dan wel in bijzondere omstandigheden kan de kerkenraad– met medewerking en goedvinden van het breed moderamen van de classicale vergadering, na in daarvoor in aanmerking komende gevallen de evangelisch-lutherse synode te hebben gehoord – een kleiner aantal ambtsdragers vaststellen, met dien verstande dat alle ambten aanwezig zijn en in de plaatselijke regeling is voorzien op welke wijze de in de ordinanties genoemde taken worden verricht.
5. Wanneer de helft van het aantal ambtsdragers ontbreekt of buiten functie is, bepaalt het breed moderamen van de classicale vergadering na overleg met de nog functionerende ambtsdragers en na in daarvoor in aanmerking komende gevallen de evangelisch-lutherse synode te hebben gehoord, op welke wijze de in de ordinanties genoemde taken kunnen worden verricht.
6. De kerkenraad kan bepalen dat en in hoeverre zij die in de gemeente in een bediening zijn gesteld, als adviseur aan de vergaderingen van de kerkenraad deelnemen.
7. De kerkenraad kan predikanten die met bijzondere opdracht aan de gemeente verbonden zijn en predikanten van de kerk die lid zijn van de gemeente benoemen tot lid van de kerkenraad
 
Ord. Art. 9 Wijkkerkenraden en algemene kerkenraad
1. Elke wijkgemeente heeft een wijkkerkenraad.
Een gemeente met wijkgemeenten heeft naast wijkkerkenraden een algemene kerkenraad.
Op de wijkkerkenraad en de algemene kerkenraad zijn de artikelen 6 tot en met 8 van overeenkomstige toepassing.
2. Elke wijkkerkenraad wijst aan de hand van een door de algemene kerkenraad op te stellen rooster uit zijn midden een of meer leden voor de algemene kerkenraad aan, met dien verstande dat in de algemene kerkenraad ten minste twee predikanten, drie ouderlingen, twee ouderlingenkerkrentmeester en drie diakenen zitting hebben.
Ambtsdragers met een bepaalde opdracht kunnen boventallig door de algemene kerkenraad aangewezen worden uit de ambtsdragers van de gemeente of verkozen worden uit de stemgerechtigde leden van de gemeente, met dien verstande dat het aantal boventallige leden ten hoogste een derde deel is van het totaal aantal leden van de algemene kerkenraad.
Indien preses en/of scriba als boventallige leden verkozen worden door de algemene kerkenraad blijven zij, in afwijking van het bepaalde in artikel 8-2 gedurende hun gehele ambtstermijn in functie.
3. Ter bespreking van voor de gehele gemeente van belang zijnde aangelegenheden roept de algemene kerkenraad een vergadering van alle ambtsdragers van de gemeente bijeen.
4. De verdeling van de taken en bevoegdheden over enerzijds de algemene kerkenraad en anderzijds de wijkkerkenraden wordt aangegeven in een door de algemene kerkenraad in overleg met de wijkkerkenraden vast te stellen regeling, met dien verstande dat de taken en bevoegdheden van de wijkkerkenraden alles omvatten wat tot de taken en bevoegdheden van de kerkenraad behoort, met uitzondering van datgene wat nadrukkelijk wordt toevertrouwd aan de algemene kerkenraad, waaronder, voor zover in de orde van de kerk niet anders is bepaald:
- het overleg met de wijkkerkenraden over de taak en de samenwerking van de delen in het geheel van de gemeente en de uitvoering van het werk dat in dat overleg aan de algemene kerkenraad wordt toevertrouwd;
- het treffen van voorzieningen ten behoeve van de gemeente in haar geheel, waar dat nodig is om recht te doen aan de binnen de gemeente voorkomende kerkelijke verscheidenheid;
- de vermogensrechtelijke aangelegenheden;
- datgene wat te maken heeft met de rechtspositie van de predikanten en de gesalarieerde medewerkers.
 
 
Overige artikelen federatieregeling
 
2.1. Aantal ambtsdragers
De federatieraad bestaat uit de moderamina van de kerkenraden, te weten de volgende ambtsdragers:
 
Totaal: 5 5
     
waarvan minimaal aantal:    
predikanten 1 1
ouderlingen 1 1
ouderlingen-kerkrentmeester 1 1
diakenen 1 1
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
§ 3. De werkwijze van federatieraad
 
Ordinantietekst (uniform)
Ord. 4, art. 8 Werkwijze
1. De kerkenraad komt ten minste zes maal per jaar bijeen.
2. De kerkenraad kiest uit zijn midden een moderamen bestaande uit ten minste een preses, een scriba en een assessor met dien verstande dat in elk geval een predikant deel uitmaakt van het moderamen.
3. Het moderamen heeft tot taak het voorbereiden, samenroepen en leiden van de bijeenkomsten van de kerkenraad, de uitvoering van die besluiten van de kerkenraad waarvoor geen anderen aangewezen zijn, en voorts, onder verantwoording aan de kerkenraad, het afdoen van zaken van formele en administratieve aard en van zaken die geen uitstel gedogen.
4. De kerkenraad kan zich in zijn arbeid laten bijstaan door commissies die door hem worden ingesteld en die werken in opdracht van, onder verantwoordelijkheid van en in verantwoording aan de kerkenraad.
5. De kerkenraad stelt telkens voor een periode van vier jaar een beleidsplan op, na daarover overleg gepleegd te hebben met het college van kerkrentmeesters, het college van diakenen en met alle daarvoor in aanmerking komende organen van de gemeente.
Elk jaar pleegt de kerkenraad met dezelfde colleges en organen overleg over eventuele wijziging van het beleidsplan.
Nadat de kerkenraad het beleidsplan of een wijziging daarvan voorlopig heeft vastgesteld, wordt dit in de gemeente gepubliceerd. De kerkenraad stelt de leden van de gemeente in de gelegenheid hun mening over het beleidsplan of de wijziging kenbaar te maken. Daarna stelt de kerkenraad het beleidsplan of de wijziging vast.
6. De kerkenraad maakt een regeling voor zijn wijze van werken, waarin in ieder geval wordt geregeld:
het bijeenroepen van zijn vergaderingen, de agendering, de wijze waarop de gemeente wordt gekend en gehoord, de openbaarmaking van zijn besluiten, de toelating van niet-leden van de kerkenraad tot zijn vergaderingen en het beheer van zijn archieven.
7. De kerkenraad neemt geen besluiten tot het wijzigen van de gang van zaken in de gemeente ten aanzien van:
- het beantwoorden van de doopvragen door doopleden;
- het toelaten van doopleden tot het avondmaal;
- het verlenen van actief en passief kiesrecht aan doopleden;
- de wijze van de verkiezing van ambtsdragers;
- het zegenen van andere levensverbintenissen dan een huwelijk van man en vrouw;
en ter zake van:
- de aanduiding en de naam van de gemeente;
- het voortbestaan van de gemeente;
- het aangaan van een samenwerkingsverband met een andere gemeente;
- de plaats van samenkomst van de gemeente;
- het verwerven, ingrijpend verbouwen, afbreken, verkopen of op andere wijze vervreemden van een kerkgebouw;
zonder de leden van de gemeente daarin gekend en daarover gehoord te hebben.
Het kennen en horen dient in elk geval plaats te vinden in de vorm van een beraad in de gemeente indien het beraad in de desbetreffende ordinantie is voorgeschreven.
 
Artikel 9. Wijkkerkenraden en algemene kerkenraad
1. Elke wijkgemeente heeft een wijkkerkenraad.
Een gemeente met wijkgemeenten heeft naast wijkkerkenraden een algemene kerkenraad.
Op de wijkkerkenraad en de algemene kerkenraad zijn de artikelen 6 tot en met 8 van overeenkomstige toepassing.
2. Elke wijkkerkenraad wijst aan de hand van een door de algemene kerkenraad op te stellen rooster uit zijn midden een of meer leden voor de algemene kerkenraad aan, met dien verstande dat in de algemene kerkenraad ten minste twee predikanten, drie ouderlingen, twee ouderlingen-kerkrentmeester en drie diakenen zitting hebben.
Ambtsdragers met een bepaalde opdracht kunnen boventallig door de algemene kerkenraad aangewezen worden uit de ambtsdragers van de gemeente of verkozen worden uit de stemgerechtigde leden van de gemeente, met dien verstande dat het aantal boventallige leden ten hoogste een derde deel is van het totaal aantal leden van de algemene kerkenraad.
Indien preses en/of scriba als boventallige leden verkozen worden door de algemene kerkenraad blijven zij, in afwijking van het bepaalde in artikel 8-2 gedurende hun gehele ambtstermijn in functie.
3. Ter bespreking van voor de gehele gemeente van belang zijnde aangelegenheden roept de algemene kerkenraad een vergadering van alle ambtsdragers van de gemeente bijeen.
4. De verdeling van de taken en bevoegdheden over enerzijds de algemene kerkenraad en anderzijds de wijkkerkenraden wordt aangegeven in een door de algemene kerkenraad in overleg met de wijkkerkenraden vast te stellen regeling, met dien verstande dat de taken en bevoegdheden van de wijkkerkenraden alles omvatten wat tot de taken en bevoegdheden van de kerkenraad behoort, met uitzondering van datgene wat nadrukkelijk wordt toevertrouwd aan de algemene kerkenraad, waaronder, voor zover in de orde van de kerk niet anders is bepaald:
- het overleg met de wijkkerkenraden over de taak en de samenwerking van de delen in het geheel van de gemeente en de uitvoering van het werk dat in dat overleg aan de algemene kerkenraad wordt toevertrouwd;
- het treffen van voorzieningen ten behoeve van de gemeente in haar geheel, waar dat nodig is om recht te doen aan de binnen de gemeente voorkomende kerkelijke verscheidenheid;
- de vermogensrechtelijke aangelegenheden;
- datgene wat te maken heeft met de rechtspositie van de predikanten en de gesalarieerde medewerkers.
 
 
 
Overige artikelen federatieregeling
 
3.1. Afzonderlijke kerkenraden
De federatieraad is een gezamenlijke vergadering van de moderamina van de Algemene Kerkenraad van de Hervormde Gemeente en de kerkenraad van de Gereformeerde Kerk. De federatieraad werkt overeenkomstig het bepaalde in de Generale regeling federatie artikel 4-5a. Bij besluitvorming is daarom een meerderheid in beide moderamina vereist en geldt de quorumregel voor beide moderamina.
De leden van de federatieraad nemen zonder last of ruggenspraak aan de vergaderingen deel.
 
3.2. Aantal vergaderingen
De federatieraad vergadert in de regel zes maal per jaar.
 
3.3. Bijeenroepen van de vergadering
De vergaderingen van de federatieraad worden tenminste vijf dagen van te voren bijeengeroepen beurtelings door de scriba van de Algemene Kerkenraad dan wel van de Grote Kerkenraad, onder vermelding van de zaken, die aan de orde zullen komen (de agenda). Beurtelings zit de voorzitter van de Algemene Kerkenraad dan wel van de Grote Kerkenraad de vergadering voor.
 
3.4. Verslaggeving
Van de vergaderingen wordt beurtelings door de scriba van de Algemene Kerkenraad dan wel de Grote Kerkenraad een schriftelijk verslag opgesteld, dat in de eerstvolgende vergadering door de Federatieraad wordt vastgesteld. Ter informatie van de kerkenraden wordt een concept van dit verslag reeds aan de kerkenraden verstrekt voordat dit formeel is vastgesteld. Is aanpassing nodig, dan wordt het vervangende verslag zo spoedig mogelijk alsnog toegestuurd. Het verslag gaat naar de Algemene Kerkenraad en de Grote Kerkenraad. De Algemene Kerkenraad beslist over verspreiding naar de wijkkerkenraden.
 
3.5. Openbaarmaking besluiten
Niet vertrouwelijke besluiten, genomen in de vergadering van de federatieraad, worden hetzij schriftelijk in het kerkblad, hetzij door een mondelinge mededeling binnen een redelijke termijn aan de gemeente bekend gemaakt.
 
3.6. Moderamen
De voorzitters en scribae vormen samen het moderamen van de federatieraad.
 
3.7. Plaatsvervangers
Voor een periode van twee jaar worden uit het midden van de federatieraad de plaatsvervangers van voorzitters en scribae aangewezen.
 
3.8. Agendascheiding Federatieraad en Algemene Kerkenraad resp. Grote/Kleine Kerkenraad en wijkkerkenraden
Hetgeen toevertrouwd is aan de Federatieraad, komt niet op de agenda van de Algemene Kerkenraad van de Hervormde Gemeente resp. de Grote of Kleine Kerkenraad van de Gereformeerde Kerk tenzij het een wijziging van de regeling betreft of op uitdrukkelijk verzoek van de Federatieraad.
Aan de Federatieraad is toevertrouwd de zorg voor
  • het gezamenlijk kerkblad,
  • het jeugdwerk, met uitzondering van het jeugdwerk in wijkgemeente 1,
  • het diaconale werk zoals omschreven in 1.3 van deze regeling,
  • de gemeenschappelijke erediensten zoals omschreven in 1.4 van deze regeling,
  • de voorbereiding van de totstandkoming van de Vereniging van de Hervormde Gemeente en de Gereformeerde Kerk
en tevens de coördinatie, informatie en afstemming van
  • de gezamenlijke activiteiten op de terreinen van zending, werelddiaconaat en Kerk naar buiten,
  • het afstemmen van de roosters erediensten en gebruik kerkgebouwen voor de erediensten,
  • het elkaar informeren c.q. het afstemmen van activiteiten op het terrein van vorming en toerusting van ambtsdragers en gemeenteleden.
 
3.9. De gemeente kennen in en horen over
In de gevallen dat de kerkorde voorschrijft dat de federatieraad de gemeenten kent in een bepaalde zaak en hen daarover hoort, belegt de federatieraad  een bijeenkomst met de (betreffende) leden van de gemeenten, die wordt
§ aangekondigd in het kerkblad, dat voorafgaande aan de bijeenkomst verschijnt en
§ afgekondigd op tenminste twee zondagen, die aan de bijeenkomst voorafgaan.
In deze berichtgeving vooraf maakt de federatieraad kenbaar over welke zaak zij de gemeenten wil  horen.
 
3.10. Toelating toehoorders tot de vergaderingen
De vergaderingen van de Federatieraad zijn niet openbaar. De Federatieraad kan echter besluiten dat gemeenteleden als toehoorder tot een bepaalde vergadering of tot een deel daarvan toegelaten worden.
 
3.11. Archiefbeheer
Het lopend archief van de Federatieraad berust bij de scribae van één van de deelnemende gemeenten, met inachtneming van de verantwoordelijkheid van de colleges van kerkrentmeesters voor de archieven van de gemeenten uit hoofde van Ord. 11-2-7 sub g.
 
3.12. Bijstand door commissies
De federatieraad laat zich in zijn arbeid bijstaan door de navolgende commissies:
- Redactie kerkblad
- Jeugdraad
- Commissie gezamenlijke erediensten
 
Nadere bepalingen omtrent de samenstelling, benoeming en opdracht van de commissies, de contacten tussen de algemene kerkenraden en de commissies, de werkwijze van de commissies, de verantwoording aan de algemene kerkenraden e.d. zijn per commissie vastgelegd in een instructie, die als bijlage aan deze federatieregeling is gehecht.
 
3.13. Uitnodigen commissies
De commissies e.d., die aangestuurd of gecoördineerd worden door de federatieraad worden minimaal 1x per jaar uitgenodigd voor een gesprek met de federatieraad.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
§ 4. Besluitvorming
 
Ordinantietekst (uniform)
Ord. 4, art. 5 Besluitvorming
1. In alle kerkelijke lichamen worden besluiten steeds na gemeenschappelijk overleg en zo mogelijk met eenparige stemmen genomen.
Blijkt eenparigheid niet bereikbaar, dan wordt besloten met meerderheid van de uitgebrachte stemmen, waarbij blanco stemmen niet meetellen.
2. Stemming over zaken geschiedt mondeling tenzij om schriftelijke stemming wordt gevraagd. Staken de stemmen, dan vindt herstemming plaats. Staken de stemmen weer, dan is het voorstel verworpen.
3. Stemming over personen geschiedt schriftelijk.
Wanneer er niet meer kandidaten zijn dan er verkozen moeten worden, kan mondeling worden gestemd als niemand van de aanwezige leden tegen mondelinge stemming bezwaar maakt.
Indien één kandidaat wordt voorgesteld en de stemmen staken, vindt herstemming plaats. Staken de stemmen weer, dan is de kandidaat niet verkozen.
Indien er meer kandidaten zijn dan er verkozen moeten worden, zijn van hen verkozen diegenen op wie de meeste stemmen zijn uitgebracht en die de meerderheid van de uitgebrachte stemmen hebben behaald, tot het aantal vacatures dat vervuld moet worden.
Indien voor een vacature geen van de kandidaten een meerderheid heeft behaald, vindt een herstemming plaats tussen de twee kandidaten die de meeste stemmen behaalden.
Staken de stemmen, dan vindt herstemming plaats. Staken de stemmen weer, dan beslist het lot.
4. Geen besluiten kunnen worden genomen indien niet ten minste de helft van het aantal leden zoals dit voor het kerkelijk lichaam is vastgesteld, ter vergadering aanwezig is.
Wanneer in een vergadering het quorum niet aanwezig is, kan ten aanzien van een op die vergadering ingediend voorstel een besluit worden genomen op een volgende vergadering die ten minste twee weken later wordt gehouden, ook wanneer dan het quorum niet aanwezig is.
5.Voor besluitvorming in een vergadering met stemgerechtigde leden van de gemeente zijn de leden 1 tot en met 3 van overeenkomstige toepassing, tenzij in de plaatselijke regeling anders is voorzien.
 
Overige artikelen Federatieregeling
 
4.1. Een voorstel is niet aangenomen, indien in de federatieraad niet een meerderheid is bij beide moderamina, met andere woorden onder zowel de hervormde als de gereformeerde leden.
 
4.2. Geen besluiten kunnen worden genomen indien niet ten minste de helft van het aantal leden, zoals dit voor elk van de moderamina afzonderlijk door de Algemene Kerkenraad respectievelijk de Grote Kerkenraad is vastgesteld, aanwezig is. Echter, de bepaling in ordinantie 4-4-5, dat in een volgende vergadering het besluit wel genomen kan worden, geldt ook voor de Federatieraad.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
§ 5.1. De vermogensrechtelijke aangelegenheden – kerkrentmeesterlijk
 
5.1.1. Er is geen algemeen college van kerkrentmeesters.
 
5.1.2. De colleges van kerkrentmeesters hebben ten minste een maal per jaar overleg over de financiële aangelegenheden met betrekking tot de federatie.
 
5.1.3. Op voorstel van de colleges stelt de federatieraad vast welk van beide colleges ontvangsten en betalingen in eerste instantie doet, en vervolgens verrekent met het andere college.
 
 
§ 5.2. De vermogensrechtelijke aangelegenheden – diaconaal
 
5.2.1. Er is geen algemeen college van diakenen. De colleges zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de aan de federatie toevertrouwde diaconale beleidsvorming en arbeid.
 
5.2.2. De colleges van diakenen hebben ten minste vier maal per jaar overleg. Zij doen dit bij voorkeur in een gezamenlijke vergadering. De colleges stemmen onderling af wie een gezamenlijke vergadering bijeenroept.
 
5.2.3. Een extra vergadering wordt belegd indien één van de colleges hierom verzoekt.
 
5.2.4. Op voorstel van de colleges stelt de federatieraad vast welk van beide colleges ontvangsten en betalingen in eerste instantie doet, en vervolgens verrekent met het andere college.
 
 
§5.3. De vermogensrechtelijke aangelegenheden – collecterooster
 
Ordinantieteksten (uniform)
Ord. 11, art. 6. De begrotingen en het collecterooster
1. Elk jaar plegen het college van kerkrentmeesters en het college van diakenen met de kerkenraad en met alle daarvoor in aanmerking komende organen van de gemeente overleg over de in samenhang met het door de kerkenraad vastgestelde beleidsplan op te stellen begrotingen en het collecte-rooster van het komende kalenderjaar.
2. Vóór 1 november dienen het college van kerkrentmeesters en het college van diakenen hun ontwerpbegrotingen bij de kerkenraad in, vergezeld van een door hen in onderling overleg opgesteld gemeenschappelijk ontwerpcollecterooster.
 
 
5.3.1. Er is geen gemeenschappelijk beheer en derhalve geen gemeenschappelijke begroting en jaarrekening.
 
5.3.2. Er is een gemeenschappelijk diaconaal collecterooster. De colleges van diakenen dienen voor 1 november een concept rooster in bij de federatieraad. In het concept wordt het voorstel van de wijkraad van diakenen van wijkgemeente 1 voor een eigen invulling op onderdelen opgenomen.
 
 
§ 5.4. De vermogensrechtelijke aangelegenheden bij beëindiging van de federatie.
 

Bij beëindiging van de federatieovereenkomst (anders dan door overgang naar een volledig samengaan) worden de gemeenschappelijke bezittingen, financiële vorderingen en financiële verplichtingen in gelijke verhouding over de Hervormde Gemeente en de Gereformeerde Kerk verdeeld.

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
§ 6. Vaststelling en wijziging van de federatieregeling
 
Ordinantieteksten (A, uniform)
Ordinantie 4-7-2
De regelingen ten behoeve van het leven en werken van de gemeente worden vastgesteld en gewij-zigd na de leden van de gemeente daarin gekend en daarover gehoord te hebben en na overleg met het college van kerkrentmeesters, het college van diakenen en de organen van de gemeente voor zover een regeling op het functioneren van zulk een college of orgaan rechtstreeks betrekking heeft.
Deze regelingen zijn ten minste:
- de regeling voor de verkiezing van ambtsdragers;
- de regeling voor de wijze van werken van de kerkenraad;
- de regeling voor het beheer van de vermogensrechtelijke aangelegenheden van de
gemeente.
Deze regelingen worden na vaststelling of wijziging ter kennisneming toegezonden aan het breed moderamen van de classicale vergadering en in geval van een evangelisch-lutherse gemeente tevens aan de evangelisch-lutherse synodale commissie.
 
 
Ondertekening
 
Aldus te Bennekom vastgesteld in de vergadering van

de Algemene Kerkenraad van de Hervormde Gemeente op …. 2016

 
 
…………………………, preses
 
 
…………………………, scriba
 
de Grote Kerkenraad van de Gereformeerde Kerk op …. 2016
 
 
…………………………, preses
 
 
.………………………, scriba
 
 
Bijlagen
 
Instructie kerkblad (bij par.3);
Instructie jeugdraad (bij par. 3);
Regeling gezamenlijke erediensten, inclusief instructie commissie (bij art. 1.4 en par. 3);
 
met bepalingen omtrent samenstelling, benoeming en opdracht van de commissies, de contacten tussen de kerkenraden en de commissies, de werkwijze van de commissies, de verantwoording aan de kerkenraden e.d.
 
 
 
 
 
 
 
 

Bijlage 1 Instructie kerkblad
 
De federatieraad is verantwoordelijkheid voor het gezamenlijk kerkblad van de gemeenten.
De federatieraad wordt hierin bijgestaan door een redactie. Daarnaast is er een exploitatiecommissie.
 
De leden van de redactie worden benoemd door de federatieraad op voordracht van de Algemene Kerkenraad respectievelijk de Grote Kerkenraad.
 
De redactie heeft het recht alle ingezonden kopij in te korten als dit om technische redenen noodzakelijk is en informeert hierover de betrokkenen achteraf. Een uitzondering geldt voor de officiële berichten en overdenkingen van de (wijk)gemeenten, de Algemene Kerkenraad, de Gereformeerde Kerkenraad en de colleges; deze zijn de verantwoordelijkheid van de wijkkerkenraden, de Gereformeerde Kerkenraad, de Algemene Kerkenraad en de colleges en dienen onveranderd geplaatst te worden.
 
Rapportage: ten minste een maal per jaar doet de redactie verslag van de werkzaamheden.
 
Financieel:
De colleges van kerkrentmeesters nemen in de concept begrotingen een post op voor de financiering van het kerkblad. Betaling geschiedt door één van de colleges, die het afgesproken deel van het bedrag declareert bij het andere college.
Bij overschrijding van de begroting dient de procedure wijziging begroting in beide gemeenten gevolgd te worden.
Inkomsten (abonnementsgelden, bijdragen, advertenties) worden geïnd door de colleges van kerkrentmeesters en de exploitatiecommissie.
 
Bijlage 2 Instructie Jeugdraad
 
De federatieraad is verantwoordelijkheid voor het gezamenlijk jeugdwerk van de wijkgemeente 2 en 3 van de Hervormde Gemeente en van de Gereformeerde Kerk.
De federatieraad wordt hierin bijgestaan door een Jeugdraad.
 
De leden van de Jeugdraad worden benoemd door de federatieraad op voordracht van de wijkkerkenraden respectievelijk Grote Kerkenraad.
De jeugdambtsdragers van genoemde wijkgemeenten en Gereformeerde Kerk zijn krachtens hun ambt lid van de Jeugdraad.
 
Opdracht aan de Jeugdraad: het jeugdwerk in de breedste zin van het woord.
 
Rapportage: ten minste een maal per jaar doet de Jeugdraad verslag van de werkzaamheden en legt een plan voor het komende jaar voor. Dit doet hij uiterlijk 1 september.
 
Financieel:
Bij het jaarplan dient de Jeugdraad wensen voor de post jeugdwerk in de begroting in. Deze wordt na overleg met de colleges van kerkrentmeesters en na vaststelling door de Algemene Kerkenraad resp. de Grote Kerkenraad opgenomen in de begroting van de Hervormde Gemeente resp. Gereformeerde Kerk.
Betaling geschiedt door één van de colleges, die de helft van het bedrag declareert bij het andere college. Bij overschrijding van de begroting dient de procedure wijziging begroting in beide gemeenten gevolgd te worden.
 
Wijkgemeente 1
Het jeugdwerk van wijkgemeente 1 is de verantwoordelijkheid van de wijkkerkenraad. Dit laat onverlet dat wijkgemeente 1 deels kan samenwerken met de Jeugdraad. Hierover worden per geval aparte afspraken gemaakt tussen wijkkerkenraad 1 en de federatieraad, mede over de financiële aspecten.
 
Regeling gezamenlijke erediensten
De regeling gezamenlijke erediensten wordt later opgesteld met in achtneming van de desbetreffende bepalingen in de federatieovereenkomst en –regeling.
 
[1] De tekst van de Intentieverklaring luidt als volgt:
 
De algemene kerkenraad van de Hervormde Gemeente te Bennekom en de kerkenraad van de Gereformeerde Kerk in Bennekom geven via deze verklaring te kennen dat zij binnen afzienbare tijd willen komen tot de vorming van een Protestantse Gemeente Bennekom (PGB) als deel van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) ter plaatse. Het uitgangspunt hierbij is dat de middelen het verlangen naar eenheid volgen.
Zij willen deze gemeente zodanig vorm geven dat:
- alle binnen de PKN aanwezige geestelijke stromingen daarin hun plaats kunnen vinden;
- alle gemeenteleden zich daarin gerespecteerd en thuis kunnen voelen;
- deze open staat en aantrekkelijk is voor de gemeenschap om ons heen.
Zij verwijzen hierbij naar artikel 1 van de kerkorde van de PKN.
 
Deze veelkleurigheid wordt betrokken op alle missionaire, diaconale en pastorale taken van de gemeente, zoals die in de kerkorde van de PKN zijn omschreven. Dit uit zich in het bijzonder in de verkiezing/benoeming van ambtsdragers en in het beroepen van predikanten.
Op deze wijze wordt gestalte gegeven aan de Bijbelse opdracht tot eenheid van de gelovigen, tot eer van Jezus Christus onze Heer.
 Toelichting bij de aanpassingen in de Federatieovereenkomst en Federatieregeling van de Protestantse Gemeente in wording te Bennekom.
 
Overeenkomst.
 
Artikel 1: Voorgeschreven is een keuze tussen de Protestantse gemeente in wording te … of de Gefedereerde gemeente te …Gekozen is voor de eerste variant. Eventueel mag om volgende artikelen in wording worden afgekort: de Protestantse gemeente i.w. te …
Artikel 2: De intentieverklaring is onderdeel van de federatieovereenkomst. In artikel 3.8. komt terug wat dit inhoudt voor de federatieraad.
Artikel 4: Dit artikel geeft aan dat er een federatieregeling is en welke onderdelen daarin wel resp. niet staan. Dit is conform het PKN-model. Hier is gekozen om de verzorging van vermogenensrechtelijke aangelegenheden nog gescheiden te houden.
Artikel 5: Dit artikel bepaalt dat er een federatieraad is. De toevoeging dat deze werkt volgens het model ‘afzonderlijke kerkenraden’ is een verwijzing naar de kerkorde: het houdt in dat er gezamenlijk vergaderd wordt op de terreinen waar de federatie op ziet.
Artikel 6: De overeenkomst geldt voor een bepaalde tijd. Daarna kan deze eventueel verlengd worden. Tussentijdse wijziging blijft echter mogelijk, waarbij dan uiteraard kerkordelijke regels gevolgd moeten worden.
Artikel 7: Dit artikel bepaalt hoe de financiële zaken verdeeld moeten worden als de federatie wordt beëindigd. Hier is geregeld dat dit in gelijke verhouding, dus fifty-fifty, gebeurt.
De overeenkomst eindigt met de bepaling wanneer deze is vastgesteld.
 
Regeling:
De A-teksten zijn ordinantiebepalingen die ook gelden voor de federatieraad.
Paragraaf 1
  1. t/m 1.4. Hierin worden de terreinen van samenwerking beschreven.  Met de uitzonderingen voor wijkgemeente 1, werken de overige wijkgemeenten en Gereformeerde kerk op deze terreinen volledig samen. Eventuele uitzonderingen worden expliciet vermeld.
1.1.Dit artikel regelt volledige samenwerking op het terrein van het kerkblad. Zie verder de instructie in de bijlage.
1.2. Dit artikel regelt volledige samenwerking op het terrein van jeugdwerk, met een uitzondering voor wijkgemeente 1. Dit neemt niet weg dat wijkgemeente 1 samenwerking op dit terrein kan zoeken. Zie verder de instructie in de bijlage.
1.3. Dit artikel regelt de samenwerking op het terrein van de diaconie, met een aantal nadere omschrijvingen.
De colleges van diakenen werken samen ten aanzien van beleid en uitvoering. Hieronder valt ook het collecterooster, waarbij de huidige afspraken binnen de Hervormde gemeente met wijkgemeente 1 van kracht blijven. Wijkgemeente 1 heeft een eigenstandige positie.

Er wordt speelruimte gelaten aan de andere (wijk)gemeentes voor de invulling van een aantal collectes. Uiteindelijk stelt de federatieraad het diaconale collecterooster vast, waarbij de federatieraad niet af kan wijken van de invullingen die door de colleges van diakenen zijn bepaald voor de desbetreffende zondagen.
Het werk van de diaconie betreft niet het terrein van evangelisatie.
1.4. Dit artikel gaat over de gezamenlijke erediensten. Hoewel op 15 mei de federatieovereenkomst getekend wordt, zal het praktisch gezien niet mogelijk zijn om dan ook al de regeling gemeenschappelijke erediensten klaar te hebben.  De kerkenraden handelen daarom op dit onderwerp naar bevind van zaken, maar zorgen er voor dat in ieder geval in 2016 een regeling tot stand komt. Met het oog hierop is een overgangsbepaling opgenomen. Daarbij geldt: de vaststelling van de toekomstige regeling geschiedt door de algemene kerkenraad, de wijkkerkenraden en gemeenteleden gehoord hebbende, en de door grote kerkenraad, de gemeenteleden gehoord hebbende. Na vaststelling is verdere uitvoering de verantwoordelijkheid van de federatieraad, maar wijziging van de regeling vraagt een besluit van AK en GK. In de regeling wordt ook opgenomen wanneer de gezamenlijke roostering ingaat. Dit zal zo spoedig mogelijk moeten zijn en het liefst direct bij ingang van de regeling. Omdat er daarmee een nieuwe situatie gecreëerd wordt, zullen eventuele reeds gemaakte afspraken met predikanten etc. in dat geval gewijzigd moeten worden.
Paragraaf 2
2.1. De federatieraad bestaat uit de moderamina van de AK en de GK. Voor het invullen van het aantal ambtsdragers gelden de aantallen die zijn opgenomen in de plaatselijke regelingen. Ook eventuele vacante posities worden geteld bij de aantallen. Gezien de terreinen van samenwerking is het zeer gewenst dat alle ambten aan beide zijden vertegenwoordigd zijn. Vandaar de minimumaantallen. Aan beide zijden blijft er 1 plek over waarvoor niet expliciet is bepaald welk ambt daaraan gekoppeld is. Voor deze positie kan dit dus wisselend zijn.
Paragraaf 3
3.1. Dit artikel geeft aan hoe de federatieraad met afzonderlijke kerkenraden werkt (zie ook artikel 5 van de federatieovereenkomst). Er wordt gezamenlijk vergaderd, maar apart gestemd.
3.4. Dit artikel gaat over de verslaglegging en het delen daarvan met de AK en de GK. Deze krijgen het concept-verslag. Het uiteindelijke verslag wordt ook toegezonden aan de AK en de GK. De AK bepaalt of dit verslag gedeeld wordt met de wijkkerkenraden.
3.5. Zie ook ord. 4-8-6.
3.6. Dit artikel geeft aan hoe het moderamen van de federatieraad wordt samengesteld. Met dit artikel is echter niet voldaan aan de kerkordelijke bepaling, dat in ieder geval een predikant lid van een moderamen moet zijn. Echter, de vergadering bestaat al uit de moderamina..
Wanneer in de toekomst meer taken bij de Federatieraad komen te liggen, dan valt te overwegen deze een grotere samenstelling te geven, d.w.z. aan de moderamina van de twee kerkenraden enige leden toe te voegen. En vervolgens een predikant lid van het moderamen van de federatieraad te laten zijn.
Zolang er geen predikant deel uitmaakt van het moderamen van de federatieraad, dient dit moderamen zich te beperken tot agenda, leiding vergadering, verslaglegging en zetten van handtekeningen. Spoedeisende besluiten dienen door hetzij de federatieraad als geheel hetzij door de afzonderlijke moderamina van AK en Grote kerkenraad genomen te worden (wat op hetzelfde neerkomt).

3.7. In dit artikel gaat het om plaatsvervanging m.b.t. de tekenbevoegdheid onder officiële stukken.
3.8 Met dit artikel wordt dubbele besluitvorming voorkomen. Toevertrouwen is werkelijk toevertrouwen.
3.9. De federatieraad kan de gemeente horen over aan de raad toevertrouwde zaken.
 
Paragraaf 4
4.2. De moderamina bestaan beiden uit 5 leden. Dus het quorum is ten minste 3 hervormde en 3 gereformeerde leden. Met andere woorden indien 5 leden van het ene moderamen aanwezig zijn, maar van het andere maar 2, dan kan er geen besluit genomen worden, ook al is meer dan de helft van de federatieraad aanwezig.  
Paragraaf 5

Er is geen gezamenlijke verzorging van vermogensrechtelijke aangelegenheden. Dit betekent dat beide colleges (CvK’s en CvD’s ) onderling moeten regelen hoe ze de betalingen en ontvangsten die in het kader van de federatie plaatsvinden in eerste instantie afhandelen en vervolgens verrekenen.
De CvK’s komen in ieder geval een keer per jaar samen, de CvD’s ten minste vier keer.
Paragraaf 6
De federatieovereenkomst is aangegaan voor bepaalde tijd. Tussentijds wijzigen is echter mogelijk, zolang de kerkordelijke regels daarvoor gevolgd worden.
 
Ondertekening
Met de ondertekening zijn de overeenkomst en de regeling van kracht. Er zal nog tijd nodig zijn om de plaatselijke regelingen hier en daar aan te passen. Uiteraard gaat bij strijdigheid tussen bepalingen in de plaatselijke regeling(en) en de federatieregeling de federatieregeling voor.
Bijlagen
Bijlagen 1 en 2 bevatten instructies.
Bijlage 3 moet nog worden ingevuld.
 
terug